StemGrijzer: Het leenstelsel

“Studenten worden opgezadeld met een levenslange schuld!” roept de ene zijde, “Studenten moeten maar eens leren goed met geld om te gaan en het maximale uit hun studie te halen!” roept de andere kant. Toen de basisbeurs voor studenten in 2014 werd afgeschaft verliep het debat tussen voor- en tegenstanders ongeveer zo. En hoewel het leenstelsel nu dus van kracht is, geeft de onderstaande stelling in de nationale Stemwijzer aan hoe sterk het vraagstuk de politiek nog steeds bezighoudt.

Maar is het wel zo makkelijk om voor of tegen de basisbeurs te zijn? Enerzijds vormde deze toelage een mogelijkheid voor studenten om meer uit hun studententijd te halen en zich te focussen op de studie, aangezien ze minder geldzorgen hadden. Anderzijds zorgde de regeling ook voor de ‘eeuwige studenten’, met bijkomende hoge kosten. Het leenstelsel zorgt ervoor dat studenten beter nadenken over de keuzes die zij maken, en dus effectiever studeren. Het bespaarde geld kan bovendien weer worden geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs, zo stelde het Ministerie van Onderwijs.

De tegenstanders zeggen echter dat het studentenleven ernstig verloedert door het gebrek aan koopkracht bij studenten, en dat veel jongeren met minder vermogende ouders afzien van een studie. Bovendien lijden sommige studies onder een krimpend aantal aanmeldingen, aangezien scholieren nu eerder voor ‘rendabele’ studies kiezen om hun schuld later af te kunnen lossen. Voor de toekomst is het belangrijk om studenten de beste opleidingen te bieden en hen te wijzen op hun verantwoordelijkheden, maar deze vergrote druk zorgt ook voor een stijgend aantal burn-outs onder studenten.

Hoe kunnen wij de juiste middenweg vinden met al deze sterke argumenten? Is dit leenstelsel sociaal genoeg voor de toekomstige generaties, moeten we terug naar de basisbeurs, of is er een derde, Grijzere optie?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *